Naar hoofdinhoud
De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; houtvlotten, losse bomen, balken, masten of palen afkomstig van en gelost uit een zee- of binnenvaartuig waarvoor havengeld is betaald, zolang deze objecten in afwachting van verdere vervoer gedurende ten hoogste tweemaal 24 uren in de haven liggen waarin ze gelost zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel