Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2009

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde tijds- of andere eenheden een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt, met dien verstande dat indien het belastingtijdvak gelijk is een het kalenderjaar en het hebben van voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, de belasting zoveel twaalfde van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak resteren. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. De in de tabel genoemde jaarabonnementen, halfjaarabonnementen of kwartaal-abonnementen vangen aan op 1 januari, respectievelijk 1 januari en 1 juli, respectievelijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober.

Rechtspraak bij dit artikel