Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Delft

Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de doelstellingen. In de verantwoording geeft het college aan: wat bereikt is en hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen; wat de lasten, baten stortingen en onttrekkingen zijn; wat de voorstellen voor budgetoverheveling ten laste van de exploitatiebegroting en de reserves zijn. De voorstellen voor budgetoverheveling worden getoetst aan de volgende criteria: Beleidsinhoudelijke noodzaak; Inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe jaar; Effect op de voortgang/uitvoering van de reguliere werkzaamheden/activiteiten; Het begrotingssaldo van de betreffende doelstelling mag niet worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare exogene factoren het begrotingsresultaat negatief hebben beïnvloed. Lid 2a tot en met 2e zijn ook in deze gevallen van toepassing; De overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten; Het minimumbedrag voor de overheveling bedraagt € 100.000 per post. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van deze grens. Eventuele budgetoverhevelingsvoorstellen worden zo spoedig mogelijk in het nieuwe begrotingsjaar behandeld. Na goedkeuring worden de over te hevelen budgetten via een begrotingswijziging toegevoegd aan het nieuwe begrotingsjaar. Voor zover er daaraan voorafgaand in het begin van het nieuwe begrotingsjaar activiteiten worden uitgevoerd zonder dat formeel de begroting door de raad is gewijzigd worden deze tijdelijke budgetoverschrijdingen geacht te passen binnen het beleid van de raad. 3.De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de doelstellingen of de beleidsdoelen voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel