1. Bij een gegrond vermoeden dat de aflossingscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd, kan het college de draagkracht opnieuw beoordelen.
2. Voor zover geen gegrond vermoeden aanwezig is, stelt het college telkens binnen 24 maanden een onderzoek in, tenzij het college gemotiveerd een andere frequentie bepaalt.
3. Wanneer het college als gevolg van een onderzoek besluit tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, stelt het college belanghebbende hiervan in kennis bij beschikking.
4. Het college legt een gewijzigde betalingsverplichting op met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de beschikking bekend is gemaakt..
Hoofdstuk III
Artikel 14
Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal SZW 2013