Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 2

Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering, brutering en aflossing krediethypotheek

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering en verhaal SZW 2013

1. Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid, om: a. bijstand terug te vorderen op grond van de artikelen 58 tot en met 60 WWB; b. uitkering terug te vorderen op grond van de artikelen 25, 26 en 28 IOAW; c. uitkering terug te vorderen op grond van de artikelen 25, 26 en 28  IOAZ; d. een tegemoetkoming terug te vorderen op grond van artikel 1.38 Wko. 2. Voor zover dit vereist is om tot terugvordering te kunnen overgaan, maakt het college tevens gebruik van de bevoegdheid om een besluit als bedoeld in het eerste lid, te herzien of in te trekken. 3. Te veel verstrekte bijstand wordt teruggevorderd inclusief de afgedragen loonheffing en de vergoeding in het kader van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding. 4. Het aflossingsregime zoals dat is geregeld in het Bijstandsbesluit krediethypotheek (Bbk) voor krediethypotheken die voor 1 januari 1996 zijn gevestigd en het Besluit krediethypotheek bijstand (Bkb) voor krediethypotheken die op of na 1 januari 1996 zijn, gevestigd wordt gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel