Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen, die
staan vermeld op de 'bomenlijst', of
voorkomen op de 'gebiedenkaart' of
zich bevinden op een openbare plaats.
Het college kan zelfstandig of op verzoek van een belanghebbende, gebieden en houtopstanden aanwijzen en deze opnemen op de ‘bomenlijst’ of op de ‘gebiedenkaart’.
In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
In afwijking op het in het eerste lid genoemde verbod is een meldplicht van toepassing op:
het kappen of rooien van bomen vanwege acuut gevaar i.v.m. instabiliteit; of
besmettelijke ziekte; of
dunning in houtopstanden; of
dode bomen.
Meldingen als bedoeld in lid 4 sub c en d, moeten minimaal 4 weken voorafgaand aan de velling gemeld worden.
Het bevoegd gezag kan aan de vergunning de voorwaarde verbinden dat pas gebruik mag worden gemaakt van de vergunning indien de daarmee samenhangende vergunning (bijvoorbeeld voor bouw, sloop, uitweg of aanleg) is verleend en de bezwaartermijn, c.q. beroepstermijn van de samenhangende vergunning verstreken is zonder dat de samenhangende vergunning is geschorst.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013