Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:11a

Bestrijding iepziekte (z)

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013

1.. Als zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever is de rechthebbende verplicht maatregelen te nemen. 2.. Wanneer hij daartoe door het college is aangeschreven, is rechthebbende verplicht binnen een termijn van tien werkdagen: de iepen te vellen; de iepen met inbegrip van het resterende stamdeel direct en ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen; of de bebaste iepen of delen daarvan te versnipperen. 3.. Indien de in het eerste lid genoemde situatie zich voordoet, geldt voor broedbomen een uiterlijke termijn van één dag. 4.. Het is verboden gevelde bebaste iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren tenzij het gaat om versnipperd iepenhout.

Rechtspraak bij dit artikel