Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg (z)

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013

1.. Het is verboden de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. door het plaatsen van een voorwerp hierop, dit gevaar of schade voor personen of zaken kan opleveren (z) het college de weg, een weggedeelte of een openbare plaats heeft aangewezen als gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden (z) 2.. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer: a. op voetpaden niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten b. op de rijbaan niet tenminste een vrije doorgang van 3,5 m op de rechte weg en 4,5 m in de bochten en 4,2 m boven de kruin van de weg wordt gelaten voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 3.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van voorwerpen op of aan de weg (z). 4.. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening. 7.. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing 8.. De verantwoordelijke voor het voorwerp dient voorafgaand aan het op of aan de weg plaatsen van een voorwerp daarvan digitaal melding te doen aan het college. (z)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel