**1..** De maatregel wordt vastgesteld op:
Tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie;
Twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een gedraging van de tweede categorie;
Vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
Honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie. Met uitzondering van het interen van vermogen waarbij op grond van het individualiseringsprincipe een relatie kan worden gelegd tussen de hoogte van het bedrag en de snelheid van interen en de hoogte van de maatregel.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013