De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente
feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
afvalstoffen geldt.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;
ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
afgestaan.
Tijdstip van ontstaan van de belastingplicht.
Hoofdstuk II.
Artikel 5.
Artikel 5.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2008