In deze afdeling wordt verstaan onder:
Horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke,
besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
directe consumptie worden bereid of verstrekt. De
volgende bedrijfsvormen vallen in ieder geval onder de
definitie van een horecabedrijf: een restaurant,
bar/café, discotheek, koffiehuis, coffeeshop, hotel,
pension, zalen/partycentrum, cafetaria, ijssalon,
snackbar, grillroom, wijkcentrum/buurthuis, clubhuis,
kantine, lunchroom, afhaalcentrum, bezorgdienst en
broodjeszaak. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan
een bij een horecabedrijf behorend terras en andere
aanhorigheden.
Restaurant: een horecabedrijf primair gericht op
verstrekking van driecomponentenmaaltijden.
Coffeeshop: een horecabedrijf primair gericht op
verstrekking van cannabisproducten.
Terras: een buiten de besloten ruimte liggend gedeelte
van een horecabedrijf, waar sta- en/of zitgelegenheid
wordt geboden om tegen vergoeding dranken en/of spijzen
voor directe consumptie ter plaatse te nuttigen.
Terrasmeubilair: alle attributen die in de openbare
ruimte worden geplaatst ten behoeve van de exploitatie
van het terras, waaronder in ieder geval: stoelen,
krukken, banken, tafels, statafels, tonnen, parasols,
terrasafscherming zoals schermen, hekwerk en
plantenbakken, staande asbakken, menuborden,
uitklapborden, overig reclame- en displaymateriaal,
vrijstaande terrasverwarming
Exploitant van het horecabedrijf: de natuurlijke
persoon of personen voor wiens rekening en
verantwoordelijkheid een horecabedrijf wordt
geëxploiteerd.
Houder van het horecabedrijf: degene die als zodanig op
de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid,
is vermeld of een persoon voor wie bijschrijving als
houder op de exploitatievergunning is aangevraagd en die
naast de exploitant optreedt als leidinggevende.
Bezoeker: een ieder, die zich in een horecabedrijf
bevindt, met uitzondering van:
de exploitant(en) en de levenspartner en
kinderen van de exploitant(en) van het
horecabedrijf;
de personen die voorkomen in het register als
bedoeld in artikel 438 van het wetboek van
strafrecht;
de personen wier tegenwoordigheid in het
horecabedrijf wegens dringende omstandigheden
vereist wordt;
houders/werknemers/personen in loondienst van
het horecabedrijf of een schoonmaakbedrijf, in
verband met (schoonmaak)werkzaamheden.
Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de
algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437,
eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Centrum: het gebied dat op de in bijlage 1 opgenomen
kaart is aangegeven.
Stationsgebied: het gebied dat op de in bijlage 2
opgenomen kaart is aangegeven.
Paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en
Horecawet.
Exploitatievergunning: vergunning als bedoeld in
artikel 2:28, eerste lid
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:27