**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de
vergunning schorsen,intrekken of geheel of gedeeltelijk
wijzigen:
**a..** indien een exploitant of houder van het horecabedrijf de
artikelen 2:29, 2:31, 2:31a, 2:32 of 2:34,dan wel de
voorschriften, behorende bij de vergunning overtreedt;
**b..** indien aannemelijk is, dat een exploitant of houder van het
horecabedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan
worden verweten bij activiteiten in of vanuit het horecabedrijf,
die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving
van het horecabedrijf;
**c..** indien een exploitant of houder van het horecabedrijf toestaat
dan wel gedoogt, dat in het horecabedrijf strafbare en/of
beboetbare feiten worden gepleegd;
**d..** indien een exploitant of houder van het horecabedrijf zich
schuldig maakt aan discriminatie;
**e..** indien zich in of vanuit het horecabedrijf anderszins feiten
hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend
blijven van het horecabedrijf gevaar oplevert voor de openbare
orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in
de omgeving van het horecabedrijf;
**f..** indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge
artikel 2:31 gestelde eisen.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de
vergunning intrekken indien hij in een periode van twee jaar ten
minste drie maal een aanvraag om bijschrijving van een houder op
de vergunning heeft geweigerd op grond van artikel 2:28a, eerste
lid, onder b.
**3..** De burgemeester trekt de vergunning in indien niet of niet
langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:28a, lid 1b
gestelde eisen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28e