**1..** Indien de rechthebbende op of de beheerder van een inrichting
een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte waarover
hij de beschikking heeft, toestaat of gedoogt, dat daarin een
kansspel wordt gespeeld waarop artikel 1 van de Wet op de
kansspelen van toepassing is en waarvoor op grond van die wet
geen vergunning is verleend, kan de burgemeester, indien zulks
naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter
voorkoming of beperking van overlast of aantasting van het woon-
en leefklimaat is vereist, de sluiting van die inrichting, dat
perceel of perceelsgedeelte of die ruimte bevelen.
**2..** De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen
van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang of
toegangen van de inrichting, het perceel of perceelsgedeelte of
de ruimte. De sluiting treedt in werking op het moment dat
bedoeld afschrift is aangebracht.
**3..** Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
zolang de sluiting van kracht is.
**4..** Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting,
een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte als
bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te laten
of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht
is.
**5..** Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid
gesloten inrichting, perceel of perceelsgedeelte of enige andere
ruimte te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven.
**6..** Onder bezoekers wordt voor de toepassing van het vierde en
vijfde lid niet verstaan:
**a..** de levenspartner en kinderen van de rechthebbende of beheerder,
alsmede zijn elders wonende bloed- of aanverwanten of die van
zijn levenspartner in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn
tot en met de derde graad;
**b..** de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting, het perceel
of perceelsgedeelte of de ruimte wegens dringende redenen strikt
noodzakelijk is.
**7..** De sluiting kan op aanvraag van de belanghebbende door de
burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden
feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn
oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van
de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal
plaatsvinden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:40j