Het is verboden op door het college in het belang van het
uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
daarvan;
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
anderszins voor een commercieel doel; of
mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen
van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
pulp of ingekuilde landbouwproducten,
afbraakmaterialen en oude metalen.
Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
krachtens de Provinciale Verordening.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4:13