Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
bestemd of mede bestemd.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
terrein.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
bedoeld in het eerste lid.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
worden geweigerd in het belang van:
de bescherming van natuur en landschap;
de bescherming van een stadsgezicht.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 5
Artikel 4:18