Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een
cirkel met een straal van 100 meter met als
middelpunt een dezer voertuigen, dan wel;
de weg als werkplaats voor voertuigen te
gebruiken.
Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van
lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
van personen tegen betaling.
Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet
gerekend:
voertuigen waarin herstel- of
onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende
de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor
deze werkzaamheden;
voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de
in het eerste lid genoemde persoon.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5:2