Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
stootpalen, bakens of sluizen.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld
onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
vaarwegenverordeng.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 6
Artikel 5:28