Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
ondervinden.
Het is verboden te klimmen, zich daarop te begeven of zich
te bevinden op bolders, aanlegpalen, duikers, pompen,
bakens, sluizen en dergelijke waterstaatswerken.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de
Scheepvaartverkeerswet, Binnenvaartpolitiereglement, de wet
beheer rijkswaterstaatswerken en de Vaarwegenverordening
Zuid-Holland van toepassing is.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 6
Artikel 5:30