Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd, een trainings-
of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel
te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk
aanzien van de omgeving en ter bescherming van
andere milieuwaarden;
in het belang van de veiligheid van de deelnemers
van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
ritten of van het publiek.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 7
Artikel 5:32