Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
milieuverordening.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 8
Artikel 5:34