Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning, indien: a.. de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Hierbij wordt een bij het horecabedrijf behorend terras buiten beschouwing gelaten; b.. de exploitant(-en) en de houder(s) niet voldoen aan de eisen die bij en krachtens artikel 8, eerste en tweede lid, van de Drank- en Horecawet worden gesteld aan leidinggevenden, met dien verstande dat een houderde minimale leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: a.. het karakter van de straat en van de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen; b.. de aard van het horecabedrijf; c.. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf; d.. de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant(en) en houder(s) van het horecabedrijf in dit horecabedrijf of in andere horecabedrijven. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en lid 2 van dit artikel, kan de burgemeester indien de vergunningaanvraag (tevens) een terras betreft, de hiertoe benodigde ingebruikneming van de openbare plaats weigeren: a.. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.. als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel