Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen, als: de ondernemer of de beheerder niet meer voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2:40g, onder e; gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften; aannemelijk is, dat de ondernemer of de beheerder(s) betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; de ondernemer of beheerder(s) strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; de ondernemer of de beheerder(s) zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; zich in de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2.. De exploitatievergunning vervalt van rechtswege indien geen van de ondernemers op de vergunning meer als zodanig functioneert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel