Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken of geheel of gedeeltelijk wijzigen:
**a..** indien een exploitant of houder van het horecabedrijf de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt;
**b..** indien aannemelijk is, dat een exploitant of houder van het horecabedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit het horecabedrijf, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf;
**c..** indien een exploitant of houder van het horecabedrijf toestaat dan wel gedoogt, dat in het horecabedrijf strafbare en/of beboetbare feiten worden gepleegd;
**d..** indien een exploitant of houder van het horecabedrijf zich schuldig maakt aan discriminatie;
**e..** indien zich in of vanuit het horecabedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het horecabedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf;
**f..** indien niet of niet langer wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:28a, lid 1b en artikel 2:31 gestelde eisen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28e
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013