**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
**a..** Wet: de Wet op de kansspelen;
**b..** Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000 (Stb.2000, 223);
**c..** speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet;
**d..** kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet;
**e..** hoogdrempelig: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet;
**f..** laagdrempelig: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet;
**g..** aanwezigheidsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet;
**h..** ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een speelautomatenhal, een hoogdrempelige inrichting of een laagdrempelige inrichting exploiteert en de wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon;
**i..** speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;
**j..** beheerder: degene die belast is met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;
**k..** exploitant: degene die ingevolge de vergunning, verleend door de Minister van Economische Zaken, bedoeld in artikel 30h van de wet, speelautomaten exploiteert.
**2..** In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2:39
Kansspeelautomaten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013