Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 10

Artikel 2:39

Kansspeelautomaten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: a.. Wet: de Wet op de kansspelen; b.. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000 (Stb.2000, 223); c.. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet; d.. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet; e.. hoogdrempelig: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet; f.. laagdrempelig: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet; g.. aanwezigheidsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet; h.. ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een speelautomatenhal, een hoogdrempelige inrichting of een laagdrempelige inrichting exploiteert en de wettelijke vertegenwoordiger van die rechtspersoon; i.. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet; j.. beheerder: degene die belast is met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; k.. exploitant: degene die ingevolge de vergunning, verleend door de Minister van Economische Zaken, bedoeld in artikel 30h van de wet, speelautomaten exploiteert. 2.. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel