Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken:
**1..** indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend;
**2..** indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40 g, onder e;
**3..** indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften;
**4..** indien aannemelijk is, dat de ondernemer of de beheerder(s) betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen van het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal;
**5..** indien de ondernemer of beheerder(s) strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
**6..** indien de ondernemer of de beheerder(s) zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid;
**7..** indien zich in de speelautomatenhal anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10A
Artikel 2:40h
Intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013