Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3

Artikel 3:13

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de het bevoegd bestuursorgaan vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, indien: de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; indien de vestiging of exploitatie in strijd is met de grond van artikel 3:3 bij nadere regels gestelde inrichtings- en bedrijfsvoeringseisen; er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen. 2.. Het bevoegd bestuursorgaan kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, de vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, weigeren als naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing van deze weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel