Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 10

Artikel 2:39

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013

In deze afdeling wordt verstaan onder: Wet: de Wet op de kansspelen; Besluit: het Speelautomatenbesluit 2000; speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder a van de Wet; kermisautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30a, tweede lid van de Wet; kansspelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder c van de Wet; behendigheidsautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, onder b van de Wet; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te laten beoefenen, zoals bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b van de Wet, al dan niet ondersteund met behendigheids-en/of kermisautomaten; gamecenter: een inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van behendigheids- en/of kermisautomaten te laten beoefenen en waar geen kansspelautomaten aanwezig zijn; hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d van de Wet; laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e van de Wet; exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) voor wiens rekening en risico de speelautomatenhal wordt geëxploiteerd; leidinggevende: de natuurlijke persoon die algemene leiding geeft aan een onderneming waarin de speelautomatenhal wordt geëxploiteerd; de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de speelautomatenhal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel