Artikel 12 van de wet bepaalt dat de invorderingsambtenaar een dwangbevel kan uitvaardigen als de belastingschuldige na de aanmaning in gebreke blijft de belastingaanslag te betalen.
Op grond van dit dwangbevel kan de invorderingsambtenaar overgaan tot invordering van de belastingaanslag.
In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
het onderwerp van het dwangbevel;
tegen wie een dwangbevel wordt verleend.
12.1. Onderwerp van het dwangbevel
Een dwangbevel wordt uitgevaardigd voor het per saldo verschuldigde bedrag van op een aanslagbiljet voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen respectievelijk voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden, verminderd
met de inmiddels gedane betalingen, verleende verminderingen, ontheffingen en bedragen waarvoor kwijtschelding is verleend.
Indien de belastingschuldige na de vervaldatum van de aanmaning de verschuldigde belasting inclusief de invorderingsrente en/of aanmaningskosten niet heeft voldaan, zal, zonder voorafgaande
betalingsherinnering of waarschuwing, een dwangbevel worden uitgevaardigd. Ook voor die belastingschuldigen die wel het bedrag van de belasting betalen maar niet de invorderingsrente en/of vervolgingskosten, wordt, zonder voorafgaande betalingsherinnering of waarschuwing, tot uitvaardiging en betekening van het dwangbevel overgegaan. Alleen indien het niet aan de belastingschuldige is te verwijten dat niet tijdig is voldaan wordt de in rekening gebrachte
invorderingsrente en/of kosten voor het betekenen van het dwangbevel buiten invordering gelaten.
12.2. Tegen wie verleent de invorderingsambtenaar een dwangbevel
De invorderingsambtenaar verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de invorderingsambtenaar het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt.
Als de invorderingsambtenaar bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de invorderingsambtenaar hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen.
Als de invorderingsambtenaar een belastingschuld van een overledene moet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen.
Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de invorderingsambtenaar alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De invorderingsambtenaar brengt daarbij evenwel niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking.