De gezagvoerder moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in deze verordening, alle voorzorgsmaatregelen nemen die door de algemene plicht tot waakzaamheid en door goed zeemanschap worden gevorderd, teneinde met name te voorkomen dat:
het leven van personen in gevaar wordt gebracht;
schade wordt veroorzaakt aan andere vaartuigen of aan drijvende voorwerpen, aan oevers of aan werken en inrichtingen van welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden;
hinder voor de scheepvaart of kade- of havengebruikers ontstaat;
het milieu in ernstige mate negatief kan worden beïnvloed.
Hoofdstuk III:
Artikel 3.4
Algemene plicht tot waakzaamheid
Onderdeel van Haven- en kadeverordening 2005