Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft
plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg vandie gedraging ten onrechte een uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van deinlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeftplaatsgevonden.
Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezigacht.
Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt debelanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 7.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Hilversum 2011