Lid 1.
Door deze formulering is bepaald dat alleen de aantoonbare beperkingen van de persoon in relatie tot de beperkingen van de bestaande vervoerssystemen bepalend zijn voor de vraag of, en zo ja in hoeverre de aanvrager in aanmerking komt voor een voorziening ter zake. Algemeen criterium om in aanmerking te kunnen komen voor een vervoermiddel is het ten gevolge van een beperking niet kunnen gebruiken van het openbaar vervoer.
Lid 2. In het tweede lid is een bepaling opgenomen die de mogelijkheid geeft om bij een indicatie voor het CVV te kiezen voor het zogenaamde Persoonsgebonden budget voor Lokale Verplaatsingen (PLV).
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Het recht op een algemene voorziening en collectieve vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2013 (Vvmo 2013)