In de haven en aan de kaden worden slechts toegelaten vaartuigen, welke daar moeten laden, lossen, overladen of verblijven.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op rijksvaartuigen en op vaartuigen, waarvoor krachtens het bepaalde in de artikelen 14 en 15 door het college vergunning tot het innemen van een ligplaats is verleend.