Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening Tilburg 2007

In deze afdeling wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, overblijvend en opgaand gewas, met een hoogte van tenminste 2 meter; waardevolle boom: een boom, die volgens deze verordening vergunningplichtig is; zeer waardevolle boom: een boom, met een stamomtrek van meer dan 200 cm, met een leeftijd van circa 50 jaar en ouder en met een goede kwaliteit; monumentale boom: een boom, die opgenomen is in de Lijst van Monumentale Bomen van de gemeente Tilburg als bedoeld in artikel 3; zoneringsboom: een boom in het openbaar gebied, die opgenomen is binnen de hoofdwaarde, nevenwaarde, basiswaarde of stadsecologiewaarde van de boomwaarde zoneringskaart van de gemeente Tilburg (onderdeel van de bomennota 'Tilburg boomT'; houtopstand: één of meer bomen, boomvormer(s), hakhout, erfbeplanting of een houtwal; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; houtwal: een met kreupelhouthout beplante wal in het buiten-gebied met geen grotere zelfstandige oppervlakte dan 10 are; knotten/kandelaren: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1,vijfde lid, van de Boswet; iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus; fruitboom: een boom, die deel uitmaakt van fruitteelt op commerciële basis; boomvormer: een hoogopgaand, houtachtig, overblijvend, meerstammig gewas; vellen: onder vellen in deze verordening wordt mede verstaan rooien, kappen, het snoeien van meer dan 50% van de kroon of het wortelgestel (kandelaren), het voorbereiden van een verplanting met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand; kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB); bomen-effect-analyse (BEA): een beoordeling van de gevolgen van een voorgenomen bouw of aanleg op de in de directe omgeving van deze werkzaamheden staande houtopstand, op basis van de door de gemeente gehanteerde richtlijnen; boomkwaliteit: de potentie van een boom om in de toekomst uit te groeien tot een zeer waardevolle/monumentale boom,onder andere gebaseerd op vitaliteit en standplaats; cultuurhistorische boom: een boom, die een waarde vertegenwoordigt naar aanleiding van een bijzondere geschiedkundige gebeurtenis. Het betreft dan herdenkingsbomen (ter nagedachtenis van een geschiedkundige gebeurtenis), naambomen ( naar aanleiding van een geboorte, huwelijk of overlijden van een belangrijk/bekend persoon), markeringsbomen (geplant ter markering, zoals grensbomen in het agrarisch gebied, of bakenbomen langs de rivieren. Lanen vallen hier niet onder) en kruis/kapelbomen (geplant naast een kapel of kruisbeeld om de locatie te benadrukken). kweekgoed: bomen, die gekweekt worden door een rechtspersoon voor de verkoop. oppervlakte tuin: de bij elkaar opgetelde oppervlakten van voor-, zij- en achtertuin, behorende bij een woning; eigenaar/bewoner: een natuurlijk persoon, die de eigendom van een pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is; huurder/bewoner: een natuurlijk persoon, die een huurovereenkomst met de eigenaar van een pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel