Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013

Gedragingen van belanghebbenden die als schending van één van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 9, 9a, 10a en 44a van de wet kunnen worden aangemerkt, alsmede het niet behouden van arbeid, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b.het niet ondertekenen of het niet aan burgemeester en wethouders verstrekken van een bijlage bij het besluit tot toekenning of voortzetting van de bijstand. het niet tijdig verstrekken van inlichtingen die naar het oordeel van het college noodzakelijk worden geacht voor de inschakeling in arbeid, waaronder mede wordt begrepen het zonder bericht niet verschijnen op een oproep of afspraak daarover. Tweede categorie: het niet of in onvoldoende mate naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; het niet of in onvoldoende mate (mee-)werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en scholing of sociale activering of zorg, dan wel aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing op opleiding; het niet of in onvoldoende mate voldoen aan de verplichting om naar vermogen opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige taken te verrichten. Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren, waaronder mede wordt verstaan het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren, dan wel evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet; het in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid, van de wet, waaronder begrepen sociale activering of zorg. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet, niet te willen nakomen, hetgeen heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet. Vierde categorie: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. het niet gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de wet, waaronder mede begrepen sociale activering of zorg, dan wel het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren, dan wel evalueren van een plan van aanpak. het niet of in onvoldoende gebruik maken van een overeengekomen proefplaatsing, waardoor verwijtbaar een reëel uitzicht op een aansluitend dienstverband is verspeeld. het door een persoon van 27 jaar of ouder uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, en/of artikel 55 van de wet, niet te willen nakomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel