Naar hoofdinhoud
1. Het college informeert de raad door middel van minimaal 1 tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vijf maanden van het lopende boekjaar met een prognose tot het eind van het jaar. 2. De tussenrapportage wordt aan de raad aangeboden voor 1 september van het lopende begrotingsjaar. De raad stelt de rapportage uiterlijk 1 oktober vast. 3. De rapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft baten als lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: a. inkomsten uit de algemene uitkering; b. de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; c. resultaten uit grondexploitatie.

Rechtspraak bij dit artikel