Het college is in de volgende situaties van oordeel dat er sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget wordt verstrekt:
de belanghebbende is handelingsonbekwaam;
de belanghebbende heeft geen inzicht in zijn functionele beperkingen;
de belanghebbende heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;
de belanghebbende heeft te maken met verslavingsproblematiek;
de belanghebbende heeft eerder misbruik gemaakt van het persoonsgeboden budget;
de belanghebbende heeft te maken met schuldenproblematiek;
de belanghebbende is bekend met een zeer progressief ziektebeeld;
de belanghebbende is een kind in de groei.
Het college kan in andere situaties dan genoemd in het eerste lid, oordelen dat er sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget wordt verstrekt
Eigen bijdragen en eigen aandeel (uitwerking artikel 22, tweede lid, verordening)