Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.

Algemene bepalingen over re-integratievoorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen

1.. In de beleidsregels zoals bedoeld in artikel 2 wordt vastgelegd welke re-integratievoorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden. 2.. de re-integratievoorzieningen die worden ingezet, moeten noodzakelijk zijn voor de reïntegratie van belanghebbende naar deelname aan het maatschappelijke verkeer en/of betaalde arbeid; 3.. In ieder geval voor de volgende re-integratievoorzieningen worden door het college beleidsregels opgesteld: Stages Proefplaatsing Participatieplaatsen Bij- en omscholing Sociale activering Loonkostensubidies premies No-risk polis 4.. De beleidsregels voor re-integratievoorzieningen, zowel voor werknemers als werkgevers, worden zoveel mogelijk geharmoniseerd in samenwerking met de aan het Werkgeversservicepunt groot Amsterdam deelnemende gemeenten, WSW bedrijven en het UWV. 5.. De noodzakelijkheid van een re-integratievoorziening wordt door het college bepaald. 6.. Het college kan een re-integratievoorziening beëindigen: indien de persoon die aan de re-integratievoorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de Wet Participatiebudget; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze re-integratievoorziening; indien naar het oordeel van het college de re-integratievoorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel