**1..** In de beleidsregels zoals bedoeld in artikel 2 wordt vastgelegd
welke re-integratievoorzieningen het college in ieder geval kan
aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden.
**2..** de re-integratievoorzieningen die worden ingezet, moeten
noodzakelijk zijn voor de reïntegratie van belanghebbende naar
deelname aan het maatschappelijke verkeer en/of betaalde
arbeid;
**3..** In ieder geval voor de volgende re-integratievoorzieningen worden
door het college beleidsregels opgesteld:
Stages
Proefplaatsing
Participatieplaatsen
Bij- en omscholing
Sociale activering
Loonkostensubidies
premies
No-risk polis
**4..** De beleidsregels voor re-integratievoorzieningen, zowel voor
werknemers als werkgevers, worden zoveel mogelijk geharmoniseerd in
samenwerking met de aan het Werkgeversservicepunt groot Amsterdam
deelnemende gemeenten, WSW bedrijven en het UWV.
**5..** De noodzakelijkheid van een re-integratievoorziening wordt door het
college bepaald.
**6..** Het college kan een re-integratievoorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de re-integratievoorziening
deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en
17 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
doelgroep van de Wet Participatiebudget;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
re-integratievoorziening;
indien naar het oordeel van het college de
re-integratievoorziening onvoldoende bijdraagt aan
arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.
Algemene bepalingen over re-integratievoorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Diemen