Gedragingen van belanghebbenden in het kader van re-integratie, waardoor een verplichting op grond van artikel 20, lid 2 IOAW, dan wel artikel 20, lid 1 IOAZ en hoofdstuk III IOAW/IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
1. Eerste categorie:
a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij de daarvoor aangewezen instantie of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
b. een aangeboden plan van aanpak, na kennisname daarvan, niet ondertekenen of tijdig retourneren.
2. Tweede categorie:
a. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en/of sociale activering (waaronder begrepen een diagnosegesprek, het ondergaan van een medische keuring of een arbeidsdeskundig onderzoek;
b. het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen;
c. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden in de periode tussen de melding en de aanvraag tot bijstandsverlening;
d. het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub f, IOAW/IOAZ.
3. Derde categorie:
a. het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub e, IOAW/IOAZ, waaronder begrepen sociale activering, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
b. intrekking van de ontheffing van de sollicitatieplicht bij een alleenstaande ouder aan wie toepassing van artikel 38, lid 1, IOAW/IOAZ is gegeven en waarbij uit houding en gedrag ondubbelzinnig blijkt, dat de opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub e, IOAW/IOAZ niet worden nagekomen;
d. overige in de persoon gelegen gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren, zoals houding, kleding en gedrag, waardoor concrete kansen op werk of concreet uitzicht op werk zijn verspeeld;
4. Vierde categorie:
a. het verwijtbaar frustreren van een ingezet re-integratietraject, dan wel verwijtbare gedragingen die leiden tot beëindiging van dit traject;
b. het door eigen toedoen niet verkrijgen of aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Hieronder kan tevens worden begrepen het niet deelnemen aan een scholingstraject of re-integratievoorziening waarvan de instroom in algemeen geaccepteerde arbeid een onderdeel uitmaakt, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 10
Indeling in categorieën
Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Noord-Beveland