Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 10

Indeling in categorieën

Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Noord-Beveland

Gedragingen van belanghebbenden in het kader van re-integratie, waardoor een verplichting op grond van artikel 20, lid 2 IOAW, dan wel artikel 20, lid 1 IOAZ en hoofdstuk III IOAW/IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1.   Eerste categorie: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij de daarvoor aangewezen instantie of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. een aangeboden plan van aanpak, na kennisname daarvan, niet ondertekenen of tijdig retourneren. 2.   Tweede categorie: a. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en/of sociale activering (waaronder begrepen een diagnosegesprek, het ondergaan van een medische keuring of een arbeidsdeskundig onderzoek; b.   het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; c. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden in de periode tussen de melding en de aanvraag tot bijstandsverlening; d. het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub f, IOAW/IOAZ. 3.   Derde categorie: a. het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub e, IOAW/IOAZ, waaronder begrepen sociale activering, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; b.   intrekking van de ontheffing van de sollicitatieplicht bij een alleenstaande ouder aan wie toepassing van artikel 38, lid 1, IOAW/IOAZ is gegeven en waarbij uit houding en gedrag ondubbelzinnig blijkt, dat de opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 37,  lid 1, sub e, IOAW/IOAZ niet worden nagekomen; d. overige in de persoon gelegen gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren, zoals houding, kleding en gedrag, waardoor concrete kansen op werk of concreet uitzicht op werk zijn verspeeld; 4.   Vierde categorie: a. het verwijtbaar frustreren van een ingezet re-integratietraject, dan wel verwijtbare gedragingen die leiden tot beëindiging van dit traject; b. het door eigen toedoen niet verkrijgen of aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Hieronder kan tevens worden begrepen het niet deelnemen aan een scholingstraject of re-integratievoorziening waarvan de instroom in algemeen geaccepteerde arbeid een onderdeel uitmaakt, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel