Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Noord-Beveland

1. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, WWB, wordt een maatregel worden opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingbedrag. 2. Als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan wordt mede gerekend het door eigen toedoen verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid en het door eigen toedoen verwijtbaar verliezen van een andere inkomstenbron. 3. Deze gedragingen worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: Gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van minder dan € 100,-. Tweede categorie: Gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van € 100,00 tot  € 2000,00. Derde categorie: Gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van € 2000,00 tot € 4000,00. Vierde categorie: Gedragingen die hebben geleid tot een benadelingbedrag van € 4000,00 tot € 10.000. 4. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: a. bij gedragingen van de 1e categorie: 10 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; b. bij gedragingen van de 2e categorie: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; c. bij gedragingen van de 3e categorie: 40 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; d. bij gedragingen van de 4e categorie: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 5. Indien geen benadelingbedrag kan worden vastgesteld, bedraagt de maatregel minimaal 10 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. 6. Indien het benadelingbedrag meer bedraagt dan € 10.000 wordt een individueel besluit genomen. 7. De hoogte of duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging op grond van artikel 9, 12, 12a of 13 van deze verordening van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid of indien volstaan is met een schriftelijke waarschuwing. 8. Van het opleggen van een maatregel kan, in afwijking van artikel 2, lid 1, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, bij gedragingen van de eerste categorie, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 9. In afwijking van de voorgaande leden wordt de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag geweigerd, indien het beroep op bijzondere bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel