Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Zeer ernstig misdragen jegens het college

Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Noord-Beveland

1. Indien een belanghebbende, die een uitkering ontvangt of daartoe een aanvraag indient, zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid WWB, dan wel artikel 20, lid 2 IOAW of artikel 20, lid 1 IOAZ, wordt de uitkering verlaagd met inachtneming van de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. 2. Gedragingen van de belanghebbende waarmee deze zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: a. verbaal geweld (schelden); b. discriminatie. Tweede categorie: a. intimidatie (uitoefenen van psychische druk); b. zaakgericht fysiek geweld (vernielingen). Derde categorie: a. mensgericht fysiek geweld; b. bedreiging, al dan niet met geweld. 3. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: a.   bij gedragingen van de 1e categorie: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; b.   bij gedragingen van de 2e categorie: 40 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; c.   bij gedragingen van de 3e categorie: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; 4. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van artikel 2, lid 1, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij de gedraging plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven. 5. Met een besluit als bedoeld in het vorige lid wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid,  of indien volstaan is met een schriftelijke waarschuwing. 6. Indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel, als bedoeld in het eerste lid is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging, wordt een individueel besluit genomen afgestemd op de ernst van de gedraging. Tijdelijke uitsluiting van het recht op bijstand behoort daarbij tot de mogelijkheden. 7. Gedragingen bedoeld in het eerste lid komen niet in aanmerking voor recidive op grond van gedragingen bedoeld in dit artikel of de artikelen 9, 12, 12a en 13 van deze verordening. 8. In aanvulling op het eerste lid kan, conform het bepaalde in het gemeentelijk agressieprotocol, door of namens het college aangifte worden gedaan bij de politie dan wel de toegang tot het stadhuis worden ontzegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel