**1.** Tenzij in de verordening anders is bepaald wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand of de langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de bijstand of de langdurigheidstoeslag herzien en het bedrag van de maatregel teruggevorderd, indien de maatregel wordt opgelegd over een periode vóór bijstandsbeëindiging.
**4.** In afwijking van het eerste, tweede en derde lid , wordt het restant van een niet volledig geëffectueerde maatregel op een later tijdstip voortgezet, indien binnen 6 maanden opnieuw een uitkering wordt toegekend.
**5.** In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz hebben ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstand.
**6.** Een maatregel wordt opgelegd voor de duur van een kalendermaand, tenzij in deze verordening een afwijkende termijn is opgenomen.
**7.** Een opgelegde maatregel wordt overeenkomstig artikel 18, lid 3, van de WWB binnen drie maanden na het besluit heroverwogen.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Handhaving- en Afstemmingverordening WWB/Bbz/IOAW/IOAZ 2013 gemeente Noord-Beveland