Naar hoofdinhoud

Artikel 8

- Het doen van contante betalingen

Onderdeel van Instructie voor centrale kassier, subkassier en voorraadbeheerder Sittard-Geleen 2002

1.. Opdrachten tot contante uitbetaling via de subkas dienen te verlopen binnen de daartoe afgesproken procedures (budgethoudersregeling en crediteurenadministratie) en te worden afgegeven door daartoe via mandaatbesluit bevoegde personen. 2.. De subkassier draagt zorg voor tekening voor ontvangst door de ontvanger. 3.. Contante uitbetalingen worden geregistreerd via de kasstaat. De door de budgethouder getekende opdrachten, welke tevens voor ontvangst zijn getekend door de ontvanger worden toegevoegd aan de kasstaat en gaan vervolgens naar de kassier resp. grootboekadministratie. De kassier controleert de juiste en tijdige afwikkeling van de betalingsopdracht en de noodzaak tot contante betaling. Hij stelt de hoofd C.A. op de hoogte van eventueel geconstateerde onjuistheden, alsmede van de in verband daarmee uit te voeren correcties. 4.. Betalingsopdrachten inzake contante betaling die niet binnen 10 werkdagen ná de datum van betaalbaar stellen zijn afgewikkeld, worden, nadat zij ongeldig zijn gemaakt, terug in handen gesteld van de budgethouder/opdrachtgever.

Rechtspraak bij dit artikel