**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening wordt de vergunning wordt geweigerd indien:
niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 2:40k geldende gedragseisen voor leidinggevenden;
de vestiging en/of exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een leefmilieuverordening.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de burgemeester de vergunning weigeren indien:
naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
**3..** Bij de toepassing van de in het tweede lid aanhef en onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;
de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied
de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de inrichting in deze of in andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van een inrichting in het verleden.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10b.
Artikel 2:40n
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Haarlem