Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem)

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of door het college in de overige gevallen. 3.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: in het belang van de bruikbaarheid van de weg; of in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente. 4.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 5.. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur of de Verordening aanleg warmtenetten gemeente Haarlem 2020. 6.. Op de vergunning bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b (overige gevallen) is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel