**1..** Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
weg, de bruikbaarheid of veiligheid van de weg belemmert
of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan
vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand.
**2..** Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1.50
m wordt gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de
weg.
**3..** Het college kan in het belang van de openbare orde, de woon- en
leefomgeving, de redelijke eisen van welstand en het doelmatig
en veilig gebruik van de weg nadere regels stellen ten aanzien
van uitstallingen en reclameborden, voorwerpen ten behoeve van
(bouw)werkzaamheden, alsmede ten behoeve van foto- en
filmopnamen.
**4..** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod in het
eerste lid.
**5..** Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
.
**6..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:32 die vergunning-
dan wel meldingsplichtig zijn;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
verleend.
**7..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 , of de provinciale
wegenverordening.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10
Voorwerpen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Haarlem