Behalve op grond van artikel 1:6 wordt het verlof ingetrokken
indien:
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan het
verlof is verleend zodanig zijn gewijzigd dat een
situatie is ontstaan welke moet worden aangemerkt als
een ontoelaatbare aantasting van het woon- en
leefklimaat in de naaste omgeving;
een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is
geworden met betrekking tot de inrichting, waarop het
verlof betrekking heeft;
de verlofhouder of leidinggevende niet langer voldoet
aan de in artikel 2:33c gestelde eisen;
de inrichting niet langer voldoet aan de in artikel
2:33d gestelde eisen;
zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan
die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van het
verlof gevaar op zou leveren voor de openbare orde,
veiligheid of zedelijkheid;
de leidinggevende niet voldoet aan artikel 2:33g.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8. › Paragraaf 3
Artikel 2:33j
Intrekken van het verlof
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Haarlem