In deze afdeling wordt verstaan onder:
speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek
gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten
te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder
b van de wet;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30 onder a
van de Wet op de kansspelen;
behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30
onder b van de Wet op de kansspelen;
exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een
speelautomatenhal exploiteert;
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen in een
speelautomatenhal.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10a.
Artikel 2:40a
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Haarlem