Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 22

Spreekregels

Onderdeel van Wijziging Reglement van orde gemeenteraad 2010 (eerste wijziging)

De leden van de raad en de overige aanwezigen spreken vanaf de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. De leden van de raad die tijdens het betoog nadere toelichting van de spreker verlangen op hetgeen deze heeft gezegd, maken daarvoor gebruik van de interruptiemicrofoons in de zaal. Ook de interrupties worden tot de voorzitter gericht. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Interrupties zijn in principe toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de voorzitter. Alvorens de beraadslaging in eerste of tweede instantie over een onderwerp wordt geopend, stelt de voorzitter de leden in de gelegenheid zich aan te melden om het woord te voeren. De voorzitter verleent het in het derde lid bedoelde verlof in de volgorde, waarin de leden zich hebben aangemeld. De voorzitter kan toestaan, dat een lid, dat zich niet overeenkomstig het vierde lid heeft aangemeld, alsnog het woord voert. Van de in het vierde lid bedoelde volgorde kan worden afgeweken, wanneer verlof wordt gevraagd om over een nader aangeduid persoonlijk feit te spreken, een voorstel van orde te doen, inlichtingen over het aan de orde zijnde onderwerp te vragen of voor te stellen de beraadslagingen te sluiten. Een lid dat in tweede instantie voor de eerste maal het woord voert, krijgt op zijn verzoek het woord voor degenen, die in eerste instantie het woord reeds gevoerd hebben. De voorzitter kan nadere regels stellen omtrent het spreekrecht van raadsleden.

Rechtspraak bij dit artikel