De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Als geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
hoofdelijke stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te
hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de
Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.
Als door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
voorzitter daarvan mededeling.
De voorzitter (of de griffier) roept de leden bij naam op
hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen.
Vervolgens geschiedt de oproeping naar de
volgorde van de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
lid dat zich niet van de deelneming aan de stemming op grond
van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden verplicht
zijn stem uit te brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het
volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij
zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
echter geen verandering.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
mee, met vermelding van het aantal voor en tegen
uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van
het genomen besluit.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 30
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Wijziging Reglement van orde gemeenteraad 2010 (eerste wijziging)