Het eerste agendapunt na de opening van de vergadering is
gereserveerd voor het vragenuur, tenzij er bij de voorzitter of
de griffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen
kan het raadspresidium bepalen dat het vragenuur op eenlater
tijdstipwordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt op welk
tijdstip het vragenuur eindigt.
Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
32 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. De
voorzitter kan na overleg met het raadspresidium weigeren een
onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen als hij
het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of als
het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de
orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
overige leden van de raad.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen
en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
onderwerp.
Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 42
Vragenuur
Onderdeel van Wijziging Reglement van orde gemeenteraad 2010 (eerste wijziging)